Ondernemen, zit het nog in ons bloed?

Ieder jaar verdwijnt er tussen de zeven en de tien procent van de ondernemingen. De economische crisis deed het aantal faillissementen nog pieken. Om onze welvaart te verzekeren, moeten we echter zorgen dat er minstens even veel nieuwe ondernemingen bijkomen als er verdwijnen. De jaarlijkse Startersatlas van de zelfstandigenorganisatie UNIZO meldt dat het aantal startende ondernemingen blijft zakken. Ook de slaagkans van startende ondernemers na vijf jaar daalt verder. Hoe kunnen we het tij keren? Als toonaangevend onafhankelijke financial planner zocht Optima met topexperts en ervaringsdeskundigen naar oplossingen.

 De klant beter beschermen wordt essentieel om het vertrouwen in de sector te herstellen.

HANS CRIJNS
Professor ondernemerschap
VLERICK

Heren, is het nu echt zo dramatisch gesteld met ons ondernemerschap?

JOHAN BORTIER: “Het kan raar klinken, maar een economische crisis is niet altijd slecht voor het startend ondernemerschap. In de jaren ’70 zag je door de hoge werkloosheid een grote groep starters opduiken, die bijna uit noodzaak een onderneming begonnen omdat ze anders niet aan de bak kwamen. Die situatie heb je vandaag nog amper. Tenzij de huidige crisis blijft aanhouden. Ze is nu anderhalf jaar bezig en eerlijk gezegd ben ik niet heel optimistisch op dat vlak…”

Welke mogelijkheden biedt een onzekere economie crisis voor ondernemerschap?

HANS CRIJNS (professor ondernemerschap VLERICK): “Heel wat goede ideeën en sterke bedrijven zien juist het daglicht in moeilijke tijden. Op de lange termijn overleven de bedrijven die zich aan veranderingen kunnen aanpassen. We spreken dan niet van een survival of the fittest, maar van een survival of the most adaptive to change.”

JEROEN PIQUEUR: “In tijden van crisis zijn heel wat goederen en diensten bovendien goedkoper te vinden, en er zijn ook meer goede mensen op de markt beschikbaar. Daarbij komt nog dat een onzekere economische omgeving op haar beurt bepaalde latente behoeftes bij het publiek naar boven brengt. Er zijn dus zeker ook opportuniteiten bij een zwakke economie.”

 De zwakkere sociale zekerheid voor zelfstandigen en de grote zekerheid voor werknemers moeten naar elkaar toegroeien.

JOHAN BORTIER
Directeur studiedienst
UNIZO

 De beloning van het succesvol ondernemerschap is voor jongeren een ver-van-mijn-bedshow omdat het gaat om uitgestelde rijkdom.

ERIC KENIS
Projectmanager
VOKA

Ondanks de opportuniteiten blijft het aantal starters dalen. Hoe kan men jongeren weer zin geven om te ondernemen?

JOHAN BORTIER: “Wij zijn geen pleitbezorger voor zoveel mogelijk starters. Het gaat ons om zoveel mogelijk goed voorbereide startende ondernemers met een maximale kans op slagen. Het is ook een kwestie van mentaliteit. Als ondernemer moet je bereid zijn om heel wat op te geven. Een nog grotere rem is de zwakkere sociale zekerheid voor zelfstandigen, die lijnrecht tegenover de grote zekerheid voor werknemers staat. Wij zijn dan ook vragende partij om die twee naar elkaar te laten toegroeien. Dat zou ons economisch klimaat een pak ondernemingsvriendelijker maken.”

Zet ons goed uitgebouwde sociale zekerheid voor werknemers ook geen rem op het ondernemerschap?

ERIC KENIS: “Werknemers zitten inderdaad in een gouden kooi. Daarbij komt nog dat wie een academische carrière of een loopbaan in de consultancy ambieert, daar onmiddellijk voor beloond wordt. Voeg daarbij de ‘war for talent’ tussen bedrijven onderling, en je ziet dat ondernemende jongeren in heel veel gevallen binnen een bedrijf of organisatie blijven zitten. De beloning van het succesvol ondernemerschap is voor hen een ver-van-mijn-bedshow omdat het gaat om uitgestelde rijkdom.” HANS CRIJNS: “In landen als de VS, waar het sociale vangnet minder groot is, is de stap om voor jezelf te zorgen automatisch kleiner. Dat geldt nog meer voor economieën in ontwikkeling, bijvoorbeeld de Aziatische tijgers. Als je daar met jongeren praat, zie je dat zij ondernemen ‘van moeten’. Ze zijn ondernemers ‘by necessity.’ Je zou die necessity, die noodzaak hier kunnen creëren door de sociale zekerheid te herzien, maar je kan ook voor de minder harde pijn kiezen. Ondernemen zit niet alleen in onze genen, maar ook in onze sociale en culturele normen die we kunnen beïnvloeden door opvoeding en onderwijs.”
De overheid deed de jongste jaren een aantal inspanningen om het opstarten van een eigen onderneming aantrekkelijker te maken. Wat kan er nog beter?

HANS CRIJNS: “Het beleid afstemmen op ondernemerschap is geen sinecure. Je moet een beleid voeren ten aanzien van de prestarters, ten aanzien van de starters én ten aanzien van de established companies, de bedrijven die gevestigd zijn. Je spreekt dan over drie verschillende beleidsdomeinen, wat het geheel enorm complex maakt. Verder is de kloof tussen het onderwijs en het bedrijfsleven nog zeer groot. Voor veel leerkrachten is een bedrijf nog steeds een betonnen blok naast de snelweg.”

BART VAN COPPENOLLE: “Ik pleit heel concreet voor een systeem van ondernemersbeurzen, zoals je vandaag een systeem hebt van doctoraatsbeurzen voor beloftevolle universitairen. Waarom bedenken we geen soort beurzensysteem dat startende ondernemers een positieve impuls geeft gedurende een bepaalde periode?”

JEROEN PIQUEUR: “Het is uiterst belangrijk dat jonge ondernemers ook goed begeleid worden, dat ze een goed plan hebben. Niet alleen op het gebied van de bedrijfsvoering zelf, maar uiteraard ook wat betreft hun persoonlijke financiën. Met de vergrijzing in het achterhoofd, denk ik aan de gigantische pensioenval die op ons afkomt. De crisis heeft ons op dat vlak geleerd dat een verstandige, stabiele vermogensopbouw geen evidentie is voor een ondernemer anno 2010. Maar er is veel meer dan dat. Een goed plan bekijkt bijvoorbeeld ook de fiscale optimalisatie van het huidige inkomen van de ondernemer, geen overbodige luxe bij onze zeer hoge belastingdruk. Gelukkig maken steeds meer - én steeds jongere – ondernemers vandaag werk van zo’n plan. Ook dat is een positief signaal voor de toekomst.”

 Waarom bedenken we geen beurzensysteem dat startende ondernemers een positieve impuls geeft gedurende een bepaalde periode?

BART VAN COPPENOLLE
Ondernemer

 Een verstandige, stabiele vermogensopbouw is geen evidentie voor een ondernemer anno 2010.

JEROEN PIQUER
CEO
OPTIMA

Inspanningen van de overheid en begeleiding zijn één ding, maar zit het probleem niet dieper?

KRISTOF LAMBERIGTS: “Ik bemerk dat er in onze cultuur maar weinig uithangborden van succesvol ondernemerschap te vinden zijn. Waar is de Belgische Steve Jobs of Richard Branson?”

BART VAN COPPENOLLE: “In vergelijking met een popster of een voetballer geniet een ondernemer inderdaad zo goed als geen erkenning bij ons. Er is daar toch een cultuurverandering nodig. De ondernemer werd, zeker vroeger, nog te vaak gezien als een vervuilende, asociale zakkenvuller.”

STEVEN BORGERHOFF: “Er zijn wel een paar ondernemers die af en toe opduiken in de economische media, maar ik vraag me af of zij wel de taal van onze generatie spreken. Het zijn niet de figuren waar wij naar opkijken.”

 Waar is de Belgische Steve Jobs of Richard Branson?

KRISTOF LAMBERIGTS
Ondernemer

 Ondernemers in de media spreken niet de taal van onze generatie.

STEVEN BORGERHOFF
Ondernemer

Vallen er positieve evoluties te signaleren wat jonge starters betreft?

ERIC KENIS: “Belgen blijven ondernemers, maar ze zijn bang voor de risico’s. Daarom starten ze nog vaak in een grote onderneming, waar ze dan uitgroeien tot succesvolle intrapreneurs. Het aantal Belgische toplui aan het hoofd van grote multinationals is nog maar zelden zo hoog geweest als vandaag. Het is dus niet omdat iemand geen onderneming opstart dat hij niet bijdraagt aan onze groei. Maar wij merken toch dat het enthousiasme om zelf een zaak te starten, opnieuw toeneemt.”